• Gratis verzending v.a. €50,- €100,-
  • Voor 18:00 besteld, morgen in huis
  • Gratis retour

Wet en Regelgeving aanhangwagens



Welke eisen zijn er en wat is de regelgeving voor een Aanhanger.

Wij hebben hier een belangrijk aantal basisuitgangspunten toegelicht en beschreven.

 

Maximale afmetingen van de aanhanger

Aanhangwagens mogen:

a. niet langer zijn dan 12,00 m

b. niet breder zijn dan 2,55 m, en

c. niet hoger zijn dan 4,00 m.

Eisen aan de banden van de aanhanger

  1. 1. Aanhangwagens moeten zijn voorzien van banden waarvan het loopvlak niet bestaat uit metaal of een materiaal dat voor wat betreft hardheid en vervormbaarheid dezelfde eigenschappen heeft.
  2. 2. De banden van aanhangwagens mogen geen beschadigingen vertonen waarbij het karkas zichtbaar is.
  3. 3. De banden mogen geen uitstulpingen vertonen.
  4. 4. De profilering van de hoofdgroeven van de banden moet over de gehele omtrek van het loopvlak ten minste 1,6 mm bedragen, met uitzondering van slijtage-indicatoren.
  5. 5. De banden van aanhangwagens mogen niet zijn nageprofileerd. Van naprofileren is sprake indien slijtage-indicatoren zijn weggesneden, indien de profielvorm van de groef afwijkt van de originele profielvorm, of indien in de bodem van de groef het karkas van de band zichtbaar is.
  6. 6. Het loopvlak van de banden mag geen metalen elementen bevatten die tijdens het rijden daarbuiten kunnen uitsteken.
  7. 7. De op de band aangegeven draairichting moet overeenkomen met de draairichting van de band in voorwaartse rijrichting van de aanhangwagen.
  8. 8. De banden op één as moeten dezelfde maataanduiding hebben.

 

achterlicht aanhanger verlichting aanhanger
Welke verlichting moet er op de aanhanger zitten?

De aanhangwagen moet zijn voorzien van :

  • • twee stadslichten indien het voertuig breder is dan 1,60 m
  • •  twee richtingaanwijzers aan de achterzijde van het voertuig;
  • •  twee achterlichten;
  • •  twee remlichten;
  • • achterkentekenplaatverlichting;
  • • twee rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig;
  • • één mistachterlicht in of links van het middenlangsvlak van het voertuig;
  • •  twee witte retroreflectoren aan de voorzijde van het voertuig;
  • • ambergele retroreflectoren aan elke zijkant van het voertuig, de achterste retroreflector aan de zijkant mag rood zijn;
  • • twee markeringslichten aan de voorzijde en twee aan de achterzijde van het voertuig, indien het voertuig breder is dan 2,10 m
  • • zijmarkeringslichten indien het voertuig langer is dan 6,00 m.

Check hier ons assortiment verlichting en vindt de juiste verlichting.

Waar moet de verlichting zitten op een aanhanger?

Richtingaanwijzers

De richtingaanwijzers moeten aan de achterzijde van het voertuig zijn aangebracht:

  • • op een afstand van niet meer dan 0,50 m vanaf het punt van de grootste breedte van het voertuig;
  • • op een onderlinge afstand, gemeten tussen de binnenranden van het lichtdoorlatende gedeelte, van niet minder dan 0,60 m
  • • op een hoogte van niet minder dan 0,25 m en niet meer dan 1,50 m boven het wegdek. Indien zulks in verband met de constructie van het voertuig niet mogelijk is, mogen de richtingaanwijzers op een hoogte van meer dan 1,50 m doch niet meer dan 2,10 m boven het wegdek zijn aangebracht.

Achterlichten

De achterlichten moeten logischerwijs aan de achterzijde van het voertuig zijn aangebracht:

  • • op een afstand van niet meer dan 0,50 m vanaf het punt van de grootste breedte van het voertuig;
  • • op een onderlinge afstand, gemeten tussen de binnenranden van het lichtdoorlatende gedeelte, van niet minder dan 0,60 m dan wel niet minder dan 0,40 m indien de grootste breedte van het voertuig minder bedraagt dan 1,30 m
  • • op een hoogte van niet minder dan 0,25 m en niet meer dan 1,50 m boven het wegdek. Indien zulks in verband met de constructie van het voertuig niet mogelijk is, mogen de achterlichten op een hoogte van meer dan 1,50 m doch niet meer dan 2,10 m boven het wegdek zijn aangebracht.

Reflectoren

De rode retroreflectoren moeten aan de achterzijde van het voertuig zijn aangebracht:

  • • op een afstand van niet meer dan 0,50 m vanaf het punt van de grootste breedte van het voertuig;
  • • op een onderlinge afstand, gemeten tussen de binnenranden van het lichtdoorlatende gedeelte, van niet minder dan 0,60 m dan wel niet minder dan 0,40 m indien de grootste breedte van het voertuig minder bedraagt dan 1,30 m
  • • op een hoogte van niet minder dan 0,25 m en niet meer dan 0,90 m boven het wegdek.

De witte retroreflectoren aan de voorzijde van het voertuig moeten voor de eerste as zijn aangebracht:

  • • op een afstand van niet meer dan 0,50 m vanaf het punt van de grootste breedte van het voertuig;
  • • op een onderlinge afstand van niet minder dan 0,60 m dan wel niet minder dan 0,40 m indien de grootste breedte van het voertuig minder bedraagt dan 1,30 m
  • •  op een hoogte van niet minder dan 0,25 m en niet meer dan 0,90 m boven het wegdek. Indien zulks in verband met de constructie van het voertuig niet mogelijk is, mogen de retroreflectoren op een hoogte van meer dan 0,90 m doch niet meer dan 1,50 m boven het wegdek zijn aangebracht.

De ambergele retroreflectoren aan elke zijkant van het voertuig moeten:

  • • op een hoogte van niet minder dan 0,25 m en niet meer dan 0,90 m evenwijdig aan het middenlangsvlak boven het wegdek zijn aangebracht. Indien zulks in verband met de constructie van het voertuig niet mogelijk is, mogen de retroreflectoren op een hoogte van meer dan 0,90 m doch niet meer dan 1,50 m boven het wegdek zijn aangebracht dat:
    • o één retroreflector zich bevindt in het middelste derde gedeelte van de aanhangwagen;
    • o de onderlinge afstand tussen de retroreflectoren niet meer dan 3,00 m bedraagt;
    • o de afstand van de voorste retroreflector tot de voorzijde van de aanhangwagen niet meer dan 3,00 m bedraagt;
    • o de afstand van de achterste retroreflector tot de achterzijde van de aanhangwagen niet meer dan 1,00 m bedraagt, waarbij het voertuiggedeelte boven de 2,00 m buiten beschouwing wordt gelaten in de afstand tot de achterzijde.

De Zijmarkeringslichten moet zijn aangebracht:

    • • in de lengterichting van het voertuig waarbij ten minste één zijmarkeringslicht zich in het middelste derde gedeelte van het voertuig bevindt, en het meest naar voren geplaatste zijmarkeringslicht zich niet meer dan 3,00 m van de voorkant van het voertuig bevindt, en het meest achterwaarts geplaatste zijmarkeringslicht zich niet meer dan 1,00 m van de achterkant van het voertuig bevindt;
    • • op een onderlinge afstand van niet meer dan 3,00 m tussen twee opeenvolgende zijmarkeringslichten
    • • op een hoogte van niet minder dan 0,25 m en niet meer dan 0,90 m boven het wegdek. Indien zulks voor de vorm van de bovenbouw noodzakelijk is, mogen de zijmarkeringslichten op een hoogte van meer dan 0,90 m doch niet meer dan 1,50 m boven het wegdek zijn aangebracht.

 

Mistlicht

Het mistachterlicht moet zijn aangebracht:

    • • op ten minste 0,10 m afstand van de remlichten
    • • op een hoogte van niet minder dan 0,25 m en niet meer dan 1,00 m boven het wegdek.

 

Wat je mag installeren maar niet verplicht is:

    • • twee extra markeringslichten aan de voorzijde en twee extra markeringslichten aan de achterzijde, indien deze lichten reeds ingevolge artikel 5.13.51 verplicht zijn;
    • •  twee of vier markeringslichten aan de voorzijde en twee of vier markeringslichten aan de achterzijde van het voertuig, indien deze lichten niet reeds ingevolge artikel 5.13.51 verplicht zijn;
    • • zijmarkeringslichten, indien deze lichten niet reeds ingevolge artikel 5.13.51 verplicht zijn
    • • één of twee achteruitrijlichten;
    • • werklichten;
    • •  één derde remlicht;
    • • twee extra richtingaanwijzers en waarschuwingsknipperlichten aan de achterzijde van het voertuig;
    • • twee staaklichten;
    • • één of twee mistachterlichten.

En ook:

    • • extra witte retroreflecterende voorzieningen aan de voorzijde;
    • • extra rode retroreflecterende voorzieningen aan de achterzijde, 
    • • extra retroreflecterende voorzieningen aan de zijkanten van het voertuig, welke ambergeel moeten zijn, met uitzondering van de achterste zijreflector, welke rood mag zijn.

Koppeling aan de auto

Aanhangwagens die niet zijn voorzien van een losbreekreminrichting, moeten zijn voorzien van een hulpkoppeling. De hulpkoppeling moet deugdelijk zijn bevestigd en mag niet vervormd, gescheurd, gebroken dan wel overmatig gesleten zijn.

Maar let op! Aanhangwagens die zijn voorzien van een losbreekreminrichting, mogen niet tevens zijn voorzien van een hulpkoppeling.

Delen van de koppeling van aanhangwagens mogen tijdens het ontkoppelen, het losbreken of in afgekoppelde toestand het wegdek niet kunnen raken.

 

Meer info over de wettelijke regels met betrekking tot aanhangwagens tot 750 kg vindt u hier.

Info over de wettelijke kaders voor aanhangers vanaf 750 kg vindt u hier.